microklimaat

Het zal een plant worst wezen wat voor klimaat er 10 meter verderop heerst, zolang het maar goed toeven is op de plaats waar de plant zelf moet groeien. Uitgangspunt voor de exotische tuinier is daarom niet de opwarming van de aarde, en dan maar hopen dat er exotische planten willen groeien, maar het creëren van een gunstig microklimaat. En gelukkig kan de exotische tuinder wel invloed uitoefenen op het microklimaat. In de praktijk verstaan we onder een microklimaat een lokaal gebiedje waarin de omstandigheden voor gevoelige planten gunstiger zijn dan elders. De meest voorkomende microklimaten zijn:
  • een zuidmuur van een huis: dagtemperaturen zijn hoger en hoeveelheid zonneschijn meer dan gemiddeld. Ook de nachttemperaturen zijn lokaal wat hoger vanwege de warmteafgifte van de muur.
  • een westmuur: planten die daar groeien staan afgeschermd van koude oostenwinden in de winter.
  • de aanwezigheid van andere (volledig winterharde) struiken rondom een gevoelige exoot. Deze planten breken de wind, en zorgen daardoor voor beschutting en het vasthouden van vochtigere lucht.
  • overkapping: onder een balkon, maar ook onder bomen is het beschut. Bomen voorkomen de nachtelijke uitstraling van bodemwarmte waardoor het minder afkoelt en er lokaal minder kans op vorst aan de grond is.
  • de aanwezigheid van elementen die overdag verzamelde zonnewarmte 's nachts weer afgeven zoals een vijver, meertje of stenen muren en muurtjes of grote stenen ornamenten.
  • kunstmatige warmte zoals die uit huis lekt, of een ondergrondse rioolbuis die warmte afgeeft.
  • verhoogd plantbed met veel zand: hier is de grond droger dan in de directe omgeving. Dit is een gunstig microklimaat voor planten die droogte verlangen.
  • een tuin gelegen in een stad: in de stad is het altijd een paar graden warmer dan op het platteland.
Het verkrijgen van een gunstig microklimaat wil niet zeggen het verkrijgen van een zo hoog mogelijke temperatuur. Het hangt van de plant af welk microklimaat nagestreefd moet worden. Enkele voorbeelden: voor Fatsia japonica, een bekende kamerplant, geldt dat de standplaats uit de zon, maar ook uit de wind moet zijn. Dus in een beschutte boshoek of schaduwhoek van de tuin. Dan is hij volkomen winterhard. Voor vele Yucca's geldt: zoveel mogelijk zon en in de winter een droge grond. Wind is geen probleem voor veel soorten. Een koraalstruik houdt juist weer van een beschutte plek dicht bij een warme muur, in de volle zon. Voordeel: zoveel mogelijk zon, zo hoog mogelijke zomertemperatuur en de grond is aan de voet van een zuid(oost)muur in de winter erg droog. Voor wintergroene planten kan een plek in de winterzon terwijl het vriest erg slecht zijn wegens uitdrogingsgevaar. Ongunstige microklimaten zijn: laagste punten in de tuin waar zich koude lucht kan verzamelen, open onbeschutte plekken. Voor bijna alle planten geldt: geen constant natte bodems!
6