Callistemon rigidus -lampepoetser- (Myrtaceae)

Herkomst: er zijn ongeveer 25 soorten, het geslacht Callistemon komt alleen voor in AustraliŽ en TasmaniŽ. Het meest bekend bij ons is Callistemon citrinus, zo genoemd omdat de bladeren bij kneuzing een lichte citroengeur verspreiden.
Beschrijving: Groenblijvende taaie struiken of kleine bomen. De 25 soorten kruisen onderling gemakkelijk dus zaad is vaak niet soortecht. De laatste jaren zijn er talloze hybriden met afwijkende bloemkleuren zoals roze, wit, oranjeachtig rood. De afstamming van deze hybriden is vaak niet meer te achterhalen. De lampepoetser, C. citrinus is een groenblijvende struik of kleine boom van zo'n 3m hoog. De blaadjes zijn stevig en taai, lancetvormig, Ī5cm lang bij een breedte van 1-1,5cm. De bloei bestaat uit een ronde aar van bloemen die geen bloemblaadjes hebben. Het zijn de felrode meeldraden die als blikvanger fungeren. De bloemen staan bij elkaar rondom de einden van de takken; elke bloeiwijze vormt een tuitrager (lampepoetser) van 10cm. Na de bloei gaan deze takken voorbij de bloeiwijze gewoon weer verder groeien. Bloei gebeurt uitsluitend aan het hout van het vorige jaar. Soms komt er nog een tweede, kleine bloei in de herfst. Is de laatste jaren in de zomer overal te koop. Moeilijker te krijgen is C. rigidus. Deze plant lijkt oppervlakkig bezien sterk op de citrinus, maar hij is in alle delen kleiner en fijner. De blaadjes zijn 3cm lang en 0,6cm breed; de rode bloempluimen zijn 4-5cm lang maar nog steeds zeer opvallend. De plant groeit als struik tot zo'n meter hoog. De takken gaan enigszins hangen en kunnen wel 1,8m lang worden. Grote voordeel van deze plant ten opzichte van C. citrinus is dat de rigidus winterhard is!
Winterhardheid: er zijn veel soorten die wel wat vorst kunnen verdragen, en ook de C. citrinus kan wel 5 graden vorst hebben, maar Callistemon rigidus is volledig winterhard. Ik heb hem een keer in een voortuin zien staan (weet niet meer waar, maar het was in de vollegrond; zo te zien stond hij daar al een aantal jaren). Ik heb er zelf ook goede ervaring mee. In 2002 geplant, bloeide hij in de zomer van 2003. Inmiddels is hij ook een stuk groter geworden. Als je eraan kan komen, is E. humeana misschien ook wel het proberen waard als vaste plant in de tuin.
Verzorging: Callistemons kunnen goed tegen droge lucht en zomerse hitte, maar alleen als ze buiten staan. Ze houden erg van frisse lucht. Ze houden niet van kalkrijke of zware grond. Grond verbeteren met turfmolm voor de zuurgraad en potgrond of compost voor de voeding. Daarnaast heb ik een hoop zand gebruikt om de zware kleigrond die ik in de tuin nu eenmaal heb, te verluchtigen. Volle zon. Eenmaal aangeslagen kunnen ze redelijk goed tegen een droge periode, maar niet tegen voortdurende droogte. Snoeien kan vlak na de bloei in de voorzomer; de planten maken dan nog nieuwe scheuten die het jaar daarop weer kunnen bloeien.
Vermeerdering: stekken genomen in de voorzomer laten wortelen in een mengsel van zand en turfmolm. Zolang ze nog geen of weinig wortel hebben mogen de stekken niet in de zon. Zaad is vaak niet soortecht.