|
 | Ficus carica -vijg- (Moraceae). |
Herkomst: het geslacht Ficus groeit in warm-gematigde, subtropische en tropische gebieden van de hele wereld. De gewone vijg (Ficus carica) is inheems in Turkije en het westen van Azië, hij is al duizenden jaren in cultuur.
Beschrijving: Zeer omvangrijk en gevarieerd geslacht bestaande uit 800-1000 soorten groenblijvende en bladverliezende bomen, struiken, klimplanten, hangplanten en zelfs lianen. Bij de meeste soorten is het blad ongedeeld, maar de gewone vijg heeft gelobd blad. Alle Ficussoorten hebben melksap en globaal dezelfde vorm van de vruchten. De vruchten (deze worden gevormd door de opzwellende bloembodem) worden door vele diersoorten gegeten, vooral vogels en vleermuizen, maar ook primaten enz., alleen de gewone vijg wordt door de mens gegeten. De minuscule bloempjes van een Ficus worden volledig omsloten door de zich ontwikkelende vruchten die ontspringen uit de bladoksels. Bij veel (sub)tropische soorten verschijnen de vruchten het hele jaar door.
De gewone vijg is een kleine, bladverliezende boom die tot 10m hoog kan worden. In de loop der eeuwen zijn er talloze benaamde rassen ontstaan, met meer of minder gelobd blad en lichtere of donkere vruchten. Globaal is de groep van vijgenrassen in te delen in twee groepen. Er zijn zaad- of huisvijgen, die uitsluitend vrouwelijke bloemen hebben, en vijgen die zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen dragen. Deze laatste zijn bekend als houtvijgen, en leveren geen eetbare vruchten, maar wel het stuifmeel, noodzakelijk voor bevruchting. In een boomgaard (van huisvijgen dus) werden dan ook altijd enkele houtvijgen geplant ten behoeve van de vruchtzetting. Tegenwoordig zijn er veel zelffertiele rassen, die dus geen andere vijg nodig hebben voor vruchtzetting. Maar deze leveren geen kiemkrachtig zaad.
Winterhardheid: tot nu toe is alleen de gewone vijg, F.carica, bij ons een tuinplant. In veel planteboeken staat hij nog steeds als kuipplant vermeld, maar de vele metershoge exemplaren die in Nederland in de tuinen te bewonderen zijn (o.a. Beuningen, Nijmegen, Maastricht) geven al aan dat hij volledig winterhard is. Als het erg koud wordt kunnen ze afvriezen. Ze lopen dan in het voorjaar weer uit de grond uit als struik. Ik ben niet goed ingevoerd aangaande de winterhardheid van de talloze rassen, dus wellicht bestaan er ook gevoeligere. Ik heb er zelf twee, verschillende rassen, die beide in pot buiten de winter 2002-2003 probleemloos hebben overleefd. Een van de twee heeft al enkele malen grote paarse vijgen gevormd, de andere heeft nog geen vruchten gehad. Beide planten gaan in de vollegrond. Sinds 2003 ben ik nog een soort in de tuin aan het proberen: Ficus pumila. Dit plantje is bij tuincentra makkelijk te krijgen. Het is aanvankelijk een klein klim- of hangplantje afhankelijk van hoe men hem gebruikt. Als klimplant gaat hij op gegeven moment krachtige verticale stengels maken met veel grotere bladeren, maar zover is het bij mijn exemplaren nog lang niet. Er staan twee exemplaren op verschillende plekken in de tuin. Volgend voorjaar meer hierover, eens kijken hoe ze de winter zijn doorgekomen.
Verzorging: De vijg houdt van een voedzame, humeuze en toch vrij zware grond. Een mengsel van leem of klei, bladaarde of compost, wat zand en turf. Nadeel is dat hij in voedzame grond erg hard kan groeien wat ten koste gaat van de vruchtvorming. Ficus houdt van volle zon en de beschutting van een wamre muur, maar ik heb in een volkstuin ook vrijstaande exemplaren gezien die het goed doen. Hij heeft baat bij droge zomers; bij langdurige regen kunnen de vruchten barsten. Dat heeft men bij potcultuur beter in de hand, maar toch is het niet makkelijk om vijgen in pot rijpe vruchten te laten vormen. Als de potkluit te nat is kunnen de vruchten barsten, is hij korte tijd te droog dan worden ze afgestoten. Ook bij plotselinge temperatuurswisselingen kunnen ze afgestoten worden. Wilt u vijgen voor de vruchten te kweken dan gelden andere snoeiregels dan voor de plant zelf. De plant zelf is erg makkelijk te kweken. Het vermogen tot verjonging is groot en snoeien luistert niet zo heel nauw; zoals al gezegd kan de plant bij strenge vorst afvriezen en vanuit de grond weer uitgroeien. De groeikracht van de plant is te beperken door in de grond de ruimte al te beperken, net als bijvoorbeeld bij bamboe (om een andere reden) gedaan wordt. Ook kan men de wortels snoeien. Als het u puur om de vruchten gaat, zo veel en zo goed mogelijk, dan kunt u de kweek beter met een kleine plant starten. Aangezien deze site de nadruk legt op de vijg als exotische boom, verwijs ik voor meer info over vruchtteelt liever naar een goed boek over dit onderwerp.
Vermeerdering: de vijg is gemakkelijk te stekken, direct in de aarde van pot of tuin. Stekken uit de zon houden! Op water kan ook, maar dan luistert het nogal nauw wanneer de stek overgezet moet worden in grond. Bij iets te lang wachten gaat de stek met "waterwortels" alsnog dood in de aarde. Stekken wordt meestal in het voorjaar gedaan, maar mijn ervaring is dat het eigenlijk gedurende het hele groeiseizoen kan. Grotere vijgeplanten vormen vaak wortelopslag; bij uittrekken of schuin afsnijden blijken deze scheuten al wortel te hebben. Oppotten en eerste tijd uit de zon houden. Meestal slaan deze snel aan.
|
|